Home - logo KLM Royal Dutch Airlines Home - logo Skyteam
Corporate (Sitename image)
netherlandsNederlands | unitedkingdomEnglish
KLM spreekbeurtinformatie
Highways in the air

Hoe vindt een piloot met zijn vliegtuig door de lucht de weg naar het vliegveld waar hij naartoe moet? Om de juiste weg te vinden heeft hij aan drie dingen genoeg: radiobakens, satellieten en de laatste informatie van de luchtverkeersleider op de luchthaven. De verkeersleider is degene die erop toeziet dat het vliegtuig niet van de ‘weg’ raakt. Hij is de ‘spelbepaler’ die de piloot door de lucht loodst.

Verkeersleider
Vanuit de verkeerstoren onderhoudt de verkeersleider het contact met het vliegtuig. Hij verleent toestemming om te starten en te landen, meldt welke start- of landingsbaan de piloot moet gebruiken en geeft hem de vliegroute en de hoogte op waarop hij naar zijn bestemming moet vliegen. Met behulp van radarschermen kan een verkeersleider precies zien waar elk vliegtuig in het gebied dat hij bewaakt, zich bevindt.

 

 

Radiobakens en satellieten

Een vliegroute kun je beschouwen als een onzichtbare weg door de lucht, in een dicht net van andere wegen. Maar omdat er langs de onzichtbare wegen geen wegwijzers staan, moet de piloot zich in het luchtruim op een andere manier oriënteren. Hij doet dat aan de hand van radiobakens en satellieten. Radiobakens zijn zenders op de grond die signalen uitzenden naar het vliegtuig. Die signalen vertellen de piloot waar het vliegtuig zich op dat moment bevindt en in welke richting hij verder moet om het volgende radiobaken te bereiken. Satellieten, de navigatiesatellieten om precies te zijn, doen hetzelfde, maar dan vanuit hun baan om de aarde. Ze bevinden zich op een hoogte van 37 duizend kilometer, waardoor het lijkt alsof zij stilstaan ten opzichte van de aarde. Dankzij deze ‘simpele’ hulpmiddelen weet de piloot ook boven de wolken of in het donker hoe hij zijn vliegtuig op koers moet houden.

 
Publicatie datum : 14 Juni 2013